| loans |
![]() |
Sportfjild17 |
![]() |
![]() | |||
Een familiegebeurenPosted at 21:50 on 2/6/2010
Het is een vaste gewoonte in de familie Heegsma, om eens per jaar familiedag te houden. Iedereen die behoort tot de familie die begonnen is met mijn vader en moeder wordt uitgenodigd om een dag met elkaar te door te brengen Wij doen dit nu al 30 jaar. Er zijn nu 3 generaties – de kinderen en de kleinkinderen en achterkleinkinderen. Met elkaar praten, eten en drinken en leuke dingen ondernemen en spelen zijn de ingrediënten voor zo’n dag . Ik geniet altijd heel erg van deze familiedag. Terwijl ik nog wat namijmerde over de laatst gehouden familiedag ,las ik de tekst van Sytze de Vries : Zolang wij ademhalen schept Gij in ons de kracht om zingend te herhalen waartoe wij zijn gedacht elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank. De lofzang om het leven geeft stem aan onze dank. Je zoekt je familie niet uit, je bent familie. Maar als je familie van elkaar bent ben je nog lang niet altijd een familie. De Heegsma dag van afgelopen zondag, heeft mij weer het blije gevoel van een-familie-te-zijn gegeven. Zomaar ontwikkelt zich een praatje tot een echt gesprek, elkaar plagen en samen lachen en elkaar kussen. Ik voelde iets van “elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenhang” want het zijn allemaal verschillende mensen/kinderen , maar er werd met elkaar gespeeld en gevierd. Ik dacht: dit heeft voor mij alles te maken met “waartoe wij zijn gedacht” en ook met “de lofzang op het leven”. De volgende familiedag commissie heeft zich alweer gemeld voor de editie Heegsmadag 2011. Wij hopen dan op een dag met ietsje meer zon dan is het nog mooier om samen familie te zijn. Zu Hause sein.Posted at 11:01 on 19/5/2010
. Het ontroerde mij zeer, het begin van een gesprek dat wij in de Evangelische, Gemeinde in Meyenburg voerden. Nog voor de Wende zochten wij vanuit de Hervormde Gemeente Emmeloord- Centrum naar een contact met een kerkelijke gemeente in Oost Duitsland. Het was toen al duidelijk dat zich daar ingrijpende veranderingen zouden voltrekken. Wij stuurden eerst een brief die pas na lange tijd werd die beantwoord. Achteraf bleek dat er getwijfeld was of contant met “die Holländer”, wel ergens toe zou dienen Wij togen op een zeer regenachtige dag in november 1990 naar Meyenburg, een reis van toen zeker nog ruim Tine en ik werden door de groep uit Emmeloord uitgenodigd om het heugelijke feit van geloofs – en mens verbondenheid mee te vieren. Door de jaren heen hebben wij persoonlijke contacten onderhouden met een aantal mensen in Meyenburg. Na een intensieve dag samen onderweg te zijn geweest langs een aantal musea waarin zeer indringend de 40 jaar DDR tijd aan de orde werd gesteld , ontmoetten wij elkaar op zaterdagmorgen in de kerk voor - ein Gespräch. Gesprekwoorden waren : zu Hause sein, gesegnet sein , die Leitung Gottes im Leben. De vraag : Waar voel je je eigenlijk thuis ? raakte mij . Ik voelde mij daar in de groep tussen de mij nog steeds vertrouwde Emmeloordse Gemeenteleden en de Meyenburgers helemaal thuis. De verbondenheid, het op elkaar betrokken zijn , de aandacht voor elkaar ,het samen op weg zijn in geloof en leven viel over mij heen als een heerlijk gevoel. Bij zo’n overweldigend gevoel kan ik mijn tranen maar moeilijk de baas. In de kerkdienst op de zondagmorgen was mij een onderdeel in de liturgie toebedeeld, het lezen van een aantal verzen uit Psalm 31 Ik heb het lezen van die verzen daar in die situatie als heel bijzonder beleefd. Over de 20 jaren die voorbij gegaan waren, kon gelukkig gezegd worden dat er veel goed in was en nieuw is geworden, maar tegelijkertijd is er ook zo ellendig veel vreselijk oud gebleven. Er zijn zoveel zorgen, er is nog zoveel om te huilen en te vloeken In de situatie waarin thuis voelen en gezegend zijn ontroeren maar ook het onrecht van de daken schreeuwt en in de straten en steden heerst: bidden: Herr bei dir Suche ich Zuflucht. Dat deden wij daar samen in Meyenburg op die zondagmorgen die in de kerkelijk traditie Exaudi ( Verhoor) maar ook zondag van de Weeskinderen heet. Vanuit het geloof/ gevoel van ondanks alles “zu Hause zu sein” , heb ik het de kerk in geroepen : du bist doch mein Beschützer ! Ich gebe mich ganz in deine Hand. Wij gingen voldaan op weg naar “thuis” maar kwamen wel langdurig in de file te staan. StructuurloosheidPosted at 14:20 on 8/5/2010
De tegenstellingen zijn soms groot, Wij genoten in Salamanca even van de luxe van een***** Hotel. Een paar dagen later zat ik in het schamele onderkomen van een cliënt van de Voedselbank. Wij waren het in Spanje ook al tegen gekomen natuurlijk, een dakloze slapend op straat omgeven door zijn honden en wat rotzooi, bedelaars die tussen de tafeltjes op de terrassen door schuifelen. Door mijn activiteiten voor de Voedselbank wordt ik meer met de neus op deze feiten gedrukt. Woorden van Jezus komen in mij op : “Armen hebben jullie altijd bij je” , dat is dus de realiteit ook nog in 2010 en daar moet je mee blijven rekenen als een opdracht, hoor ik in die woorden. Bij het op een zo eerlijke mogelijke manier oordelen over het toekennen van een voedselpakket komen er bij dit werk heel veel vragen in mij op. Een vraag daarvan is : Hoe komen deze mensen in deze situatie ? Ik heb een deel van het antwoord te pakken geloof ik. Er is in onze samenleving een groep mensen die lijdt aan structuurloosheid. In onze directe omgeving kan ik zo een 30tal voorbeelden aanwijzen.Zij hebben geen grip op vrijwel alle aspecten van het leven en komen terecht in maatschappelijke en vooral ook financiële chaos. Ik zit soms in die chaos en hoor ik over de chaos. Het leven, onze maatschappij , de regelgeving ,de maatschappij structuur is te ingewikkeld , te veel omvattend, te ongrijpbaar , voor deze mensen. Ik schrik ook bij van de omvang en gedeeldheid van de “handen die door de maatschappij worden uitgestoken naar deze mensen. Er is veel hulpverlening , de Gemeentelijk Krediet Bank, Gezinsvoogden, Gezinsbegeleiders, Maatschappelijk werkers, Bewindvoerders. WMO medewerkers Ik probeer te ontdekken hoe al deze werkers bij mensen terecht komen en hoe de mensen en de organisaties werken ,Voorlopig heb ik de indruk dat veel hulpverleners elkaar in zorgelijke situaties passeren “ als schepen in de nacht” Ieder doet “zijn ding” in de chaos, maar de chaos blijft bestaan. Bovendien rekenen soms de hulpverleners hun ook af Voor budgetbeheer en bewindvoering moet worden betaald, terwijl het inkomen zo minimaal is dat voedselpakketten moeten worden verstrekt. De structuurloosheid zit naar mijn gevoelen ook aan de kant van de hulpverlening. De onoplosbaarheid van het probleem van de structuurloosheid dringt zich aan mij op, maar ook de continuering ervan in bij de kinderen die in deze structuurloze situaties opgroeien. Een deel van de oplossing zou kunnen zijn dat er in een straat of dorp meer omzien naar elkaar zou zijn, maar ook hieraan zitten moeilijke kanten Mensen moeten accepteren dat er naar hen wordt omgezien, en omzien naar elkaar moet beginnen met de situaties te door zien en begijpen Mensen lijden aan structuurloosheid, het is maatschappelijke ziekte daar moeten wij ons van bewust worden. Ik leer mijn mond te houden in de zorgelijke situaties. Ik weet geen oplossing en zorg voor een voedselpakket,als het kan. Buenos diasPosted at 12:48 on 4/5/2010
Wij waren even in een andere wereld, 8 dagen in een zomers Spanje. Al heel wat jaren trekken wij er rond het begin van de maand mei met vrienden op uit. Eerder zochten wij een reis naar een stad uit en ter plaatse oriënteerden wij ons dan op wat er te zien en te genieten viel. Nu kiezen wij voor een georganiseerde cultuurreis met alles d’r op en d’ran. Madrid en Castillie was dit jaar ons reisdoel. Een zeer aimabele en zeer goed onderlegde, in Beesd geboren Nederlander , met “spaans bloed”was onze reisleider. Als toegift had hij ook nog een zeer aangename stem. Aan alle voorwaarden voldaan dus om goed te luisteren. Wij trokken Madrid door en Toledo en Avila en Segovia en Salamanca en in die steden van kerk naar kerk, naar paleizen en musea en over pleinen en door straten en parken. Heel veel feiten zal ik nog eens moeten opzoeken, ik maakte geen notities onderweg dat doet mijn maatje wel. Ik mijmer zo nu en dan maar wat. Op zo’n reis kom je de kerk zeer prominent tegen, kolossaal groot en mooi en imponerend, geweldig ! Er is heel veel in mij dat zich verzet bij die geweldige manifestaties van macht en een schijnbaar moeiteloos samengaan van geweld en christelijk geloof. De lijdende Christus is overal smartelijk in beelden gevat maar de zwaarden en martelwerktuigen staan er bijna triomfantelijk naast. Ik moet mij laten overweldigen door schoonheid, het geweldige vakmanschap, de geweldige kennis om zulke gebouwen te bouwen en versieringen aan te brengen, maar tegelijk knaagt er iets in mij. Waarom wilden en deden mensen dit in tijden waarin de mogelijkheden om zulke grote machtsmanifestaties op te richten veel beperkter waren dan nu.? Wat zat er in de hoofden van Pausen en Kardinalen en Bisschoppen en Keizers en koningen die zich christelijk noemden,wat deden ze met het verhaal van die lijdende Christus. De voor ons vreselijke Phillips II was in Spanje een machthebber die een geweldig paleis voor zich liet bouwen ,een monument ter zijner gedachtenis. Wij hebben zelfs het bed gezien waarin hij is gestorven. Onze reisleider noemde het paleis ” het hol van de leeuw “!. 8 volle dagen,wij hebben heel veel gezien en er was heel veel “ te bedenken.” Aan de overheidsgebouwen wapperden de nationale vlaggen en ……. de vlag van de Europese Unie. Converseren in het Spaans lukte niet, maar wij konden wel gewoon met Euro’s betalen. Uit krantenkoppen kon ik opmaken dat het verzwakte Griekenland zal worden geholpen Er zijn tijden geweest dat een land in een dergelijke situatie onder de voet werd gelopen Is er dan toch lering getrokken uit het verhaal van de lijdende Christus? Wij hebben maar een aantal Euro’s achter gelaten voor de vrouwen die onze kamer verzorgden, want die zullen wel geen topsalarissen hebben De dialoog van het leven 1?Posted at 13:24 on 22/4/2010
It Frysk Konvint is een werkgroep die namens de Prot. Kerk in Nederland contacten onderhoudt met emeriti predikanten en hun partners en weduwen en weduwnaars van predikanten in de Provincie Friesland. Ik ben sinds 2001 lid en nu voorzitter van deze werkgroep. Twee keer per jaar houden wij een bijeenkomst in Klooster De Karmel in Drachten en nodigen daar sprekers voor uit die ons theologisch en kerkelijk en maatschappelijk bij de actualiteit bepalen. In de afgelopen week was drs Harry Mintjes onze gast, een kenner op het gebied van Christendom en de Islam, Het thema van zijn lezing was: De uitdaging van de Islam. Zo als dat gaat blijven van een dergelijke bijeenkomst begrippen of zinnen hangen, waar ik mee voortga in mijn denken. De spreker schilderde heel helder en scherp het debat dat over Islam gaande is in onze tijd en in onze wereld. Het was een realistisch betoog, het kwaad werd wel degelijk benoemd Hij liet zich echter niet beheersen door de tegenstellingen en de conflicten, hij bleef en blijft zoeken naar een weg boven hopeloosheid en onoplosbaarheid uit. De eerste zin die bleef hangen was uit een oproep van 180 islamitisch geleerden aan christenen en die zin luidt: “Laten wij als aanhangers van twee onderscheiden godsdiensten met elkaar wedijveren in het doen van daden van gerechtigheid. In heel veel situaties wordt heel veel energie gestoken in het innemen van standpunten , het verdedigen van standpunten en de ander overtuigen van het eigen-gelijk. Verharding, verwijdering,vijandschap zijn niet zelden de gevolgen van het debat waarin eigen- gelijk het uitgangspunt is. De oproep met elkaar wedijveren in het doen van daden van gerechtigheid overbrugt naar mijn gevoelen de afgrond die er bestaat als het gaat om de Islam en het Christendom. Om te komen tot het met elkaar wedijveren in het doen van daden van gerechtigheid is het nodig om met elkaar de dialoog van het leven aan te gaan stelde de spreker. Met elkaar de dialoog van het leven aangaan begint met elkaar ontmoeten, elkaar in de ogen kijken, met elkaar leven delen. Maar wij leven in een geïndividualiseerde samenleving en zijn graag koninkjes op eigen erf. Ik heb in het laatste jaar niet een moslim ontmoet laat staan een imam . De dialoog van het leven met elkaar aangaan hoe doe je dat ? Heftig!Posted at 11:57 on 2/4/2010
Wij namen nog even de tijd toen alles rustig geworden was in huis. De kleine broer lag in zijn bedje en de grote zussen waren naar de Musical Amandla Mandela. Het verhaal over Nelson Mandela lijkt ons wat te heftig voor haar , hadden de ouders geconcludeerd,zij moet maar bij Pake blijven. Wij zaten tegenover elkaar aan de grote eettafel, zij tekende en kleurde modellen en ik las de krant. Ze vertelde mij over de juf die tijdens een les het bericht kreeg dat ze er een kleinkind bij had gekregen en toen moest huilen. En zo kwam van het een het ander, wij hadden het samen over verdriet hebben, daar wisten wij allebei wel van. Opeens vertelde ze mij dat juf deze week het verhaal over het lijden en sterven van Jezus vertelde. Ze zei: Ik vind dat eigenlijk wel heftig! Ze ontvouwde voor mij de rol die Petrus had gespeeld en Judas. Verraden en in de steek gelaten door zijn vrienden . Drie keer zei Petrus : Ik hoor helemaal niet bij de man terwijl hij Jezus altijd had gevolgd. Morgen gaat het nog verder, zei ze, over dat hij is doodgegaan maar na 3 dagen weer is opgestaan. In de krant stond dat heel veel mensen in ons land geen idee meer hebben waar het over gaat met Pasen. Witte donderdag en Goede vrijdag en Stille zaterdag hebben voor heel veel mensen geen enkele betekenis meer. Het deprimeert mij dat wij in een sneltreinvaart verliezen wat voor mij persoonlijk van grote waarde is. Waardoor worden de gedachten van de huidige en de komende generaties bepaald ?Het tegenbericht van God, in onze harde wereld, waar dood en verderf wordt gezaaid en wordt gevochten om de macht en het recht van de sterkste lijkt te gelden, in de mens Jezus die afziet van macht en die meer gaf dan hij vroeg, die liefde meer liet gelden dan haat en eigenbelang, wordt terug gedrongen naar de achtergrond of nog erger het wordt helemaal niet meer gehoord. In mijn overwegingen kwam zij ,9 jaar oud, rustig binnen wandelen ,een kind van de volgende generatie. Zij vertelde mij even het heftige verhaal over Jezus. Ik dacht : Zou ze dat wel ooit weer vergeten? Gelukkig maar dat heit en mem het verhaal over Mandela voor haar wat te heftig vonden. Zij had mij wat te zeggen, zij maakte de stille week voor mij” heftig” goed.
De verbeelding aan het woord.Posted at 12:44 on 24/3/2010
Liederen van Oosterhuis zijn beneden de maat van de RK censuur, lees ik in mijn krant. De teksten zijn niet duidelijk genoeg, Beelden en poëtische taal zijn niet voldoende voor geloofsliederen, ze moeten de RK gelovigen worden onthouden, vinden enkele bisschoppen. Dit bericht brengt mij bij Okke Jager een gereformeerde theoloog” aan wiens hand ik een tijd lang liep in mijn theologische leven”. Een serie van zijn boekjes staat in mijn boekenkast. Een uitwerking van zijn afscheidscollege is als een boekje verschenen onder de titel : De verbeelding aan het woord, pleidooi voor een dichterlijker en zakelijker spreken over God. Op de achterflap staat: “ De meest brandende kwestie voor de theologie is de vraag hoe kunnen wij in onze cultuur God zó ter sprake brengen dat gelovigen en ongelovigen er van ophoren. Juist bij het zoeken naar een antwoord op deze centrale vraag zijn alle wegen doodgelopen Deze crisis wordt door Okke Jager teruggebracht naar drie impasses : de onverstaanbaarheid, de onverschilligheid en de onvoorstelbaarheid.” Het boekje kwam uit in 1988. Het is onmogelijk om de essentie hier zomaar even samen te vatten maar ik denk dat het pleidooi van Okke Jager van alles te maken heeft met de het verschijnen van censuur in RK kerk en de actie tegen de liederen van Huub Oosterhuis. Het gaat bij die censuur niet zomaar over onzin. De censuur vind ik een gruwel, dat moet wel heel duidelijk zijn, maar tegelijk moet ik zeggen dat het wel een feit is dat het taalgebruik van Oosterhuis, niet doorzichtig is voor mensen, die niet zoveel hebben met poëzie en abstracte kunst. Je moet nogal wat opbrengen bij een lied als: Gij zijt voorbijgegaan, een steekvlam in de nacht. De vonken van uw naam zijn ogen in ons hart. In flarden hangt uw woord om onze wereld heen, wij leven in u voort, wij zijn met u bekleed. Okke Jager was ook dichter, maar hij zegt dat verhalende en poëtische taal tekort schiet , als het over geloofstaal gaat . Geloof is verbeelding, zegt O.J. Dat woord moet dan wel even worden geijkt . Hij bedoelt daarmee dat geloofsbeleving en geloofservaring geconcretiseerd moeten worden Redelijkheid, zakelijkheid, werkelijkheid, persoonlijkheid zijn begrippen die er toe doen ook in de geloofstaal. Geloof in beelden, in woorden in symbolen uitdrukken die van deze tijd zijn, van onze tijd met computers en alles wat daarbij hoort. Zakelijk- dichterlijke beeldtaal over een niet-gewoon –aanwezige God kan ons behoeden voor de onsmakelijkheid die het geschapene vergoddelijkt, hoor ik Oké Jager lang na zijn dood nu nog zeggen. Ik denk dat wij hem nu nog nodig hebben op de weg om God zó ter sprake te brengen dat gelovigen en ongelovigen ervan ophoren. Gelovige zijn is wat, betekent wat, heel concreet in het hier en nu geloof moet gevat in beelden en woorden en symbolen van onze tijd. Oosterhuis is het einde niet dus. Als de bisschoppen zich daar nu eens voor gaan inspannen, dat lijkt met beter dan gaan schrappen en wegstrepen. Maar niet alleen voor bisschoppen is OJ nog een uitdaging, zeker ook voor mij zelf.
OvertuigendPosted at 13:41 on 22/3/2010
Een artikel van Lodewijk Dros in Trouw van zaterdag 20 maart zet mij aan het schrijven deze keer. Hij pleit in het artikel: “ Margot, we hebben je nodig”, voor de komst van Margot Kässman naar Nederland. Wij hebben hier grote behoefte aan iemand die de zaak van theologie en protestantse kerk eens behoorlijk bij de les gaat trekken, vindt Lodewijk Dros. Margot Kässman heeft het in haar eigen land even verbruid, doordat ze met drank op achter het stuur was gaan zitten en gepakt. Ze trad direct af als Lutherse bisschop, maar ze is een vrouw van groot formaat en die hebben wij hier in Nederland nodig. Laat ze hier maar komen werken. Wij hebben geen met gezagsprekende theologen, waar mensen door geïnspireerd worden. Klaas Hendrikse haalt de pers en Antoine Bodar verschijnt bij Paul en Witteman, dat zijn de prominenten in ons land De kerk komt aan de orde als er rottigheid is en die is er nu weer in ruime mate De ex burgemeester van Amsterdam zei :De kerken spelen geen grote rol in het maatschappelijk debat ,terwijl wij ze graag horen met een moreel appel over integratie en migratie. Maar ze zwijgen, zegt Cohen, door dat ze hun geloof zo relativeren dat ik denk: “Wat blijft er van over?” Tot zover mijn perceptie van het artikel van Lodewijk Dros. Ik denk dat er veel waarheid in zijn artikel zit. De kerk en de theologie ontberen nu en hier krachtig en overtuigend spreken en handelen. Wij hebben nu geen Miskotte of Buskes of Berkhof .Wij hebben wel een Protestantse Universiteit, maar die is onhoorbaat, voor mij tenminste. Tegelijk stel ik mij zelf de vraag: Wat kan een kerk zijn? De tijd dat de kerk en theologie bepalende machtsfactoren waren ligt nog niet zo lang achter ons in ons land. Ik geloof niet dat de resultaten uit het verleden enige garantie bieden voor een goed resultaat in de toekomst. Is de vraag naar een gezaghebbende kerk, gezaghebbende leiders wel een goede vraag. Naar mijn gevoelen is het altijd mis gegaan en zal het altijd mis gaan, als je kerk en macht aan elkaar koppelt. Bij kerk denk ik veel meer aan inspiratiebron, aan spirituele ruimte waarin mensen kunnen gedijen en tot hun recht komen. De inspirerende kracht van Bijbelverhalen en van het Evangelie, dat heeft de kerk bij te dragen aan de gemeenschap, aan de wereld. Inspirerende kracht valt niet te organiseren dan ben je of dat ben je niet. President Barack Obama is een inspirerende kracht en zijn verwoede poging om rechtvaardigheid meer waard te latenzijn dan eigenbelang, speelt zich af in een verscheurde wereld. Gelukkig hij kreeg de wet voor de zorgverzekering erdoor. Misschien zou het nog niet eens zo gek zijn als de ouderlingen van onze gemeente ook een briefje in de envelop van Kerkbalans stopten met 2 vragen : Wat is voor u het inspirende van onze gemeente ? en Waarin wilt u inspirerend zijn voor anderen? De vraag naar de geestelijke bijdrage van ieder gemeentelid wordt eigenlijk nooit zo expliciet gesteld. Het gaat in de kerk niet om overtuigend zijn door gelijk hebben of krijgen. Een inspirerende gemeenschap vraagt zich eigenlijk niet af of het wel overtuigend is wat gezegd of gedaan wordt. Overtuigend zijn is een weg waarop wordt gegaan, is beweging. Is geestelijke kracht met als bron liefde en zorg gerechtigheid en vrede. Als Margot Kässman ons daarbij kan helpen, laat ze dan maar komen. Zo,denk ik er overPosted at 11:58 on 15/3/2010
Ik daag mijzelf hier dus uit om mijn gedachten onder woorden te brengen. Uit deze stukjes komt zo” mijn blikveld” min of meer in beeld. Daar hoort natuurlijk ook de actuele politiek bij en de ontwikkelingen die zich voordoen. Politieke stukjes schrijven gaat mij toch niet zo goed af. Waarom dat zo is, weet ik eigenlijk niet zo precies. Mogelijk is het omdat het bij politiek toch vooral om feitelijkheid gaat. Politiek bedrijven is macht willen hebben in de processen waardoor een samenleving gestalte krijgt. Ik vind dat dat te vaak niet duidelijk wordt gezegd. Macht is kracht. macht en verantwoordelijkheid een onlosmakelijk begrippenpaar te zijn. Macht stinkt niet, als je publiekelijk verantwoording af wilt en kunt leggen waar je als mens, als partij in onze samenleving verantwoordelijk voor wilt zijn, voor kiest en voor staat, aan wilt bouwen. Politiek vraagt om een keuze Ooit op een 10e Mei ben ik sociaal –democraat geworden. Het zat er altijd al wel een beetje in, denk ik achteraf. Ik werkte bij de Kon. Ned. Gist en Spiritusfabriek . N.V te Delft Na een rede van de President directeur werd de hoogte van het jaarlijkse arbeidsdividend bekend gemaakt en direct daarna werd begonnen met de uitbetaling daarvan. De Gistfabiek was een goed bedrijf ,de uitgangspunten van der heer van Marken, de grondlegger waren sociaal en werkten door de jaren heen nog door. De werknemers waren ingedeeld in 5 Kamers. Arbeiders en voormannen zaten in de 5e en de 4e kamer en moesten het weekloon afhalen op uitgiftepunten en kregen het in doorzichtige zakjes.(moesten het natellen voor het zakje werd geopend) In de 3e Kamer zaten de lagere beambten en het middenkader, zij kregen maandloon in een bruine envelop op de afdeling bezorgd. In de 2e Kamer en 1e Kamer zat het hogere kader en de hoogste leiding. Op elke 10e Mei werden er op het fabrieksterrein hekken geplaatst waartussen de weekloners zich verzamelden om hun doorzichtige geldzakje dat door een venster van de Salarisafdeling werd uitgegeven af te halen en in ontvangst te nemen. Ik zat in de 3e Kamer en mocht naar de hal in het hoofdkantoor mijn bruine envelop gaan halen. Ik heb toen besloten om in ieder geval politiek te gaan staan aan de kant van de weekloners. De hekken zijn opgeruimd, maar voor mij blijft het uitgangspunt dat ik de politieke macht wil blijven verbinden met mijn verantwoordelijkheid voor de “ weekloners” in onze tijd en in onze wereld en ook de velen die niet aan weekloon toekomen. Sociaal democratische macht- oefening wil ik, ook als christen, voor staan. Christelijke politiek is voor mij nog steeds een duister begrip. Ik denk dat de kwaal waar de actuele politiek aan lijdt is dat macht oefenen en verantwoordelijkheid willen dragen uit elkaar gehaald wordt en ook niet voldoende wordt benadrukt . Niet waar wij tegen zijn bouwt een samenleving maar waar wij onze krachten en liefde en zorg aan willen geven. In een democratie valt gelukkig iets te kiezen In de politiek moet je dus kiezen en dat is als je de actualiteit daarbij betrekt, niet altijd een gemakkelijke zaak. Daarom blijf ik in dezen maar traditioneel gedrag vertonen.
Op weg naar Pasen.Posted at 12:30 on 13/3/2010
Zeker in de eerste jaren van mijn predikantschap, viel de tijd voor Pasen mij zwaar en kon ik van het Paasfeest moeilijk een feest maken. Een van de redenen was wel dat in de hele beleving van Pasen en ook alles wat daaraan voorafgaat, de lichamelijke opstanding van Jezus een pijnpunt was. Ik poneerde het soms krachtig van de kansel, dat Pasen iets anders is dan het levend worden van een lijk. In gesprekken met mensen, bleek de lichamelijke opstanding dan toch zo feitelijk beleefd te worden, dat ik mij ver van mijn gemeenteleden verwijderd voelde. Ik beleefde het zo anders, maar had, naar mijn gevoelen, niet de creatieve kracht om dat onder woorden te brengen. Dat is eigenlijk wel een beetje zo gebleven. Mogelijk dat het mij daarom nu weer door mijn hoofd spookt. Ik geloof wel dat ik een stukje verder ben gekomen. De beleving van Pasen kreeg zijn plaats in het totaal van beleving van geloof, beleving van de Bijbel , beleving van G’d. De vraag naar het bestaan van G’d raakt mij nauwelijks omdat ik in G’d mijn bestaan beleef. Ik beleef het als een zegen dat ik in vertrouwen leef en dat dat voor mij positieve levenskracht is/oplevert/voortbrengt/ in mij legt/mij schenkt. Ik ervaar de Bijbel als een door de eeuwen heen gegroeid geloofsdocument een bibliotheek van menselijke makelij, maar dan zoals muzieknoten genoteerd zijn als menselijke werkzaamheden, maar die verhalen, die woorden, die boeken hebben op een mystieke wijze deel aan wat veel meer is dan de woorden. De bijbel is voor mij de partituur, die geïnterpreteerd kan en moet worden en “ tot toon” gebracht inclusief alle vreselijke valse klanken die er in ontstaan. De verhalen hebben deel aan wat “buiten” onze dimensies uitgaat Het tellen dat moet worden tot “ontelbaar”. Zo ongeveer Daarom noem ik ook de bijbel van harte : Woord van God. Neem nu maar het bijna afgezaagde scheppingsgedicht uit Genesis 1 Ik beleef het als een geweldig intermezzo/basisverhaal , als je vandaag over het leven en de wereld en de schepping gaat nadenken en daarin een weg zoekt. Een gecreëerde werkelijkheid, natuurlijk met daarin evolutie . De Beagle vaart uit om nog meer te weten te komen over waar het allemaal van vandaan komt . Weet je waar ik mij liever over verbaas : Dat het er allemaal is, en dan natuurlijk met alle donker en licht door elkaar en tegelijk Daar vertelt ook dat eerste gedicht in de bijbel over dat het donker is Het donker is , de onvrede is, de pijn is, het verdriet is, daar weet de Prediker over mee te praten. Maar er is lichtgekomen/gebracht/ontstaan/ gecreëerd. Het Licht is geen vraag ,het is. Ik ben er vanmorgen in wakker geworden Ik heb zo ook geleerd om Pasen te beleven en te geloven als het feest dat de dood niet de beheersende en bepalen kracht is in het leven en in de kosmos. In het verhaal van de Opstanding gaat het om de opstand tegen alles wat dood is in het leven en alles wat doodgemaakt wordt in het leven, alles wat zich dood voelt in het leven. Ik leer het bij stukjes en beetjes beter te geloven dat Pasen vieren is het LEVEN met hoofdletters beleven en aanvaarden en accepteren en aangaan en uitproberen en genieten en nog zo een reeks werk –en beleefwoorden. Pasen als de inspiratiebron dat ik het leven sterker moet achten dan de dood. Zoiets kan je toch zelf niet verzinnen ,als mens die zeker weet dat je zult sterven. Zalig Paasfeest dus toch en elke zondag is al een beetje Pasen toch . Een lichte,blije zondag hoop ik op!
Ja,ja!Posted at 11:21 on 11/3/2010
Als ik “ja, ja” zeg betekent dat meestal dat ik niet precies weet, wat ik moet denken en wat ik wil zeggen. Ik wil wel “ja” zeggen maar ik kan en wil het toch eigenlijk ook niet. Ja, ja, is dat je in een spagaat raakt en dat is voor een wat oudere man een vrij moeilijke zaak. Ik was er voor en wil er voor zijn dat in de Kerkorde van de Prot Kerk in Nederland het onverkort staat dat de verbondenheid met het volk Israël onopgeefbaar is. De vraag die bij dat “onopgeefbaar’ opkomt is : Waar gaat dat dan precies over ? Wij werden er jaren geleden mee geconfronteerd toen wij in Ommen, in een zaaltje van de kerk, exegese onderricht van een rabbijn volgden. Wij waren een aandachtig gehoor en spanden ons in de lijnen die hij uitzette te volgen en te begrijpen. Het was uitermate leerzaam en wij namen ons voor om daar in de manier waarop wij met de Schriften van het Eerst Verbond om gingen serieus mee te rekenen Als dan een dominee een vraag stelde, die ook maar een beetje christelijk getint was, dan was de rabbijn zeer absoluut. “Dat is mijn gebied niet, daar kan ik niets over zeggen,daar gaat het nu niet over”Hij wilde de vraag niet eens verstaan, was mijn indruk. Op de terugweg naar Zwolle kroop de rabbijn bij ons in “de Eend” de ramen besloegen door de verhitte discussies die wij dan voerden. Ik hield er een onaangenaam gevoel aan over. Bij de onrust die er nu ontstaan is tussen groepen Joden en de leiding van de Prot. Kerk in Nederland over de brief die gestuurd is naar de ambassadeur van Israel kom ik dezelfde houding van bepaalde groepen joden tegen. Het lijkt er op dat door deze groepen onopgeefbare verbondenheid wordt geïnterpreteerd als slaafs volgen. Een weerwoord of een kritische vraag wordt niet toegestaan, wordt niet gehoord Onopgeefbare verbondenheid met een volk moet als basis toch iets van wederzijds respect en vriendschap hebben, lijkt mij. Eenzijdige onopgeefbare verbondenheid kan niet bestaan Als je de ander op gaat, leggen wat hij/zij moet denken en zeggen ontbreekt respect. Deze gebeurtenissen brengen mij bij een “ ja, ja”. Kan het eigen wel, dat wij als christelijke kerk zeggen dat wij onopgeefbaar met het volk Israel verboden zijn. Een groep joden kwam bij elkaar in een zaaltje van een kerk in Doetinchem . Voordat de synagogale dienst begon werd er een doek over het kruis gehangen. Sommige kloven zijn niet te overbruggen,kennelijk. Onopgeefbaar is absoluut. Is het een brug te ver ? Ik kom niet verder dan een “ ja, ja”!. De resolute houding van de vertegenwoordigers van de PKN t.a.v de brief , heeft mijn hartelijke instemming.
DataPosted at 12:02 on 9/3/2010
Data glijden vaak aan mij voorbij, ze hechten niet in mijn geheugen. Verjaardagen en andere feitelijke zaken, ik moet er steeds weer aan herinnerd wordenen, ze ontgaan mij daarna weer snel, telefoonnummers moet ik altijd weer in de gids opzoeken. Het is een genot dat er nummers in de telefoontoestellen kunnen worden opgeslagen. Ik ben ook slecht in het vasthouden van bijv de nummers van de psalmen en andere bijbel teksten, daarbij was de komst van computerhulp voor mij een genot. Bij de data zijn er echter uitzonderingen, ik zal ze niet allemaal opnoemen, het blijft bij 2, gisteren en vandaag, 8 en 9 maart. Die twee data staan in mijn geheugen gegrift en zij staan voor nacht en dag, donker en licht, dood en leven. Op een-8 maart stonden wij in het ziekenhuis en wij zagen een prachtig mooi kindje, het was met spanning verwacht. Hij leefde niet. Wij staan 10 jaar later aan zijn grafje, daar staan wij elk jaar. Het verdriet valt weer over ons heen. Zijn zusje zegt: “Hij zou vandaag, denk ik, een play-station op zijn verjaardag hebben gekregen”. Wij proberen aan elkaar iets van onze gevoelens te tonen, maar het lukt maar ten dele. De 8e maart is een donkere dag, een datum waar de dood aan is gehecht. 9 maart is voor mij een datum waar het leven aan is gehecht. Op een 9e maart werd er een nieuwe hartklep in mijn hart aangebracht. Het was een ingrijpende operatie en het blijft een ingrijpend gebeuren. Het had zo anders kunnen gaan, want ik had geen klachten, maar de “oude” klep was zo verhard dat niet meer functioneren dichtbij was. Ik bedenk mij op elke 9e maart ,meer dan anders, dat het leven een geschenk is. Vandaag schijnt de zon en dat voel ik ook. Ik geniet van het leven. Data waar dood en leven aan gehecht zijn, zijn in mijn geheugen gegrift.
Armen blijven er !Posted at 17:29 on 4/3/2010
De woorden uit het Marcusevangelie waar Jezus zegt: want de armen zijn altijd bij u en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen, maar Ik zal niet altijd bij u zijn (. Marcus 14: 7) schoven mijn gedachten-veld binnen. Ik heb het boek: Het pauperparadijs, van Suzanne Jansen gelezen. Het lag al een tijdje te wachten en na een avond waarop de schrijfster over dit werk vertelde, maakte dat ik het beslist niet langer liet liggen. Het is een aangrijpend boek, een familiegeschiedenis. De familiegeschiedenis verdiept zich en wordt een tijdsdocument waarin de armen en de armoede schrijnend aan de orde komt. De betrokkenheid van Suzanne Jansen, het is de geschiedenis van haar eigen familie en haar bijzonder verteltrant maakt het tot een boeiend boek, een bestseller. Over arme mensen , mannen en vrouwen die leefden in 19e en de 20e eeuw gaat heb boek. Het gaat ook over de wijze waarop door de overheid probeerde om het probleem van de armoede op te lossen. Het project dat opgezet werd doorJohannes v.d. Bosch in de Koloniën van Weldadigheid in o.a Veenhuizen, wordt beschreven De beschrijving confronteert de lezer echter met het uitzichtloze probleem van de armen en de armoede. De schijfster van dit geweldige document is gelukkig zelf aan de armoede ontsnapt, maar het probleem van armen en armoede is nog hartstikke aanwezig in onze tijd en ook in onze samenleving. Armoede is een onoplosbaar probleem en elke generatie en elke tijd heeft zijn eigen verschijningsvorm ervan. Ik word mij daar wekelijks bewuster van nu ik de mensen bezoek die een aanvraag hebben ingestuurd om in aanmerking te komen voor een voedselpakket. Er zijn jongeren en ouderen die het niet redden en die het aan middelen ontbreekt om goed en gevarieerd voedsel te komen. In vergelijking met de armoede die in “ Het pauperparadijs” wordt beschreven zijn er zeker grote verschillen , er zijn minder armen en de omstandigheden waaronder zijn moeten leven zijn minder verschrikkelijk en minder mensonterend, dat is waar maar de situaties waar ook mensen nu in te leven hebben zijn in zeker opzicht ook mensonterend. De woorden van Jezus spiegelen de keiharde wereld van ons mensen ,waarin het kennelijk niet mogelijk is om de armoede uit bannen, Het is en blijft een realiteit dat er armen zullen zijn met die realiteit worden wij geconfronteerd door Jezus’ woorden. Jezus doet echter meer dan constateren , lees ik in het evangelie. Hij zegt, zo versta ik het, de armen zijn jullie blijvende zorg. Die woorden moeten vertaald in een politiek programma in sociale politieke besluiten maar ook het opzetten van een voedselbank behoort tot die opdracht,geloof ik. Er is in Friesland een wethouder die zegt dat een voedselbank er niet behoort te zijn ,daar ben ik het helemaal mee eens Maar het bij die constatering laten en niet mee willen werken aan het opzetten van een voedselbank .likt mij niet wijs.Ik geloof toch dat het wijzer is om er mee voor te zorgen dat mensen twee keer per maand een voedselpakket krijgen, waardoor er mogelijk eens iets extra’s op tafel kan worden gezet. Armoede is een blijvend probleem je moet het eigenlijk niet willen geloven maar dat is te weinig!
Terug naar SocratesPosted at 19:19 on 28/2/2010
Het lezen van een bijzonder theologisch werk met de titel: “De kwestie God” van de hand van Karen Armstrong, met als ondertitel: De toekomst van de religie, bracht mij terug bij Socrates. Was ik eerder bij deze wijsgeer van ruim 400 jaar voor Christus. Ja, dat was ik. Tijdens de vooropleiding voor de studie theologie, moesten wij iets van de Griekse taal leren. In die taal is immers het Nieuwe Testament geschreven. Bij die confrontatie met de taal moesten wij enerzijds de grammatica leren doorgronden en tegelijk werd er zodra wij een bepaalden hoeveelheid woorden en begrippen ons eigen hadden gemaakt begonnen met het lezen en vertalen van teksten. Een geschrift dat aan ons werd voorgelegd door prof Anne Jippe Visser was: “De Apologie van Socrates”. geschreven door Plato. In dit boekje beschrijft Plato de verdedigingsrede van Socrates . Socrates moet verschijnen voor het gerecht op de beschuldiging dat hij de goden ontrouw is en een nieuw valse leer voorstond. Ik zocht mijn schrift met de vertaling die toen tijdens het college werd gemaakt weer op. Ik heb dat schrift sinds 1968 netjes bewaard maar nooit weer ingezien. Het herlezen van de vertaling bracht mij ook weer terug bij het gevoel dat ik bij het opschrijven van die vertaling had. Waarom terug naar Socrates?. In haar boek beschrijft Karen Armstrong in een breed perspectief door de eeuwen heen over religie en spiritualiteit. Religieuze stromingen, de ontwikkelingen er van op allerlei wijze worden in een scherpe en niets onziende analyse gevangen en de ook tegenstand er tegen wordt ragfijn beschreven. De beschrijving in een breed spectrum leidt tot een visie op ontwikkelingen in het verleden en het heden. Ik heb er het volgende uit “ overgehouden” nadat ik het boek had neergelegd. Karen Armstrong zegt o.a , volgens mij, (de wijsheid naar Socrates) : De ultieme wijsheid is dat wij niet absoluut kunnen weten. Socrates zegt voor zijn rechters : De hoogste wijsheid die ik bezit is het weten dat ik niets weet. De ontwikkeling van het menselijk denken is op de weg gegaan van het absolute weten. Zowel op het gebied van de godsdienst als op het gebied van de wetenschap is het ”weten” verhoogd tot het hoogste en daarbij wordt de grens van het absolute overschreden Geloof en theologie is voorwerp geworden van deze posivistische gedachten kracht . Theologen, gelovigen beweerden absoluut zeker te kunnen stellen en beweren en verwarden geloof en wetenschap. Evenzeer werd in psychologische sociologische en filosofische stroming het absolute weten ( de rede) tot het hoogste verklaard en ook daar wordt een grens overschreden Het resultaat is dat gelovigen absoluut gaan spreken over het bestaan van God en dan niet gelovigen absoluut gaan spreken over het niet bestaan van God . Karen Armstrong wijdt in haar boek een hoofdstuk aan : het niet weten. Zijn schaart zich achter Socrates. Het menselijk zijn, denken en redeneren heeft grenzen, daarover heen is het “niet weten” maar ook brengt ze in dat leven zoveel meer is dan “ weten”. Zij zegt ( door mij samengevat) : wat moet je in de beleving van muziek met “redelijk weten” en in het beleven van en het geven van liefde en geluk, blijdschap en vriendschap ,verwondering en tederheid ? Er is veel meer dan “weten” Ik mijmer nog eens bij een zinnetje van Socrates uit mijn vertaling . toen ik die man observeerde, o mannen van Athene en toen ik met hem sprak bleek het mij dat die man scheen wijs te zijn aan vele andere mensen, maar bovenal aan zichzelf, maar het in feite niet was En vervolgens trachtte ik hem te tonen dat hij meende wijs te zijn en het niet was …. Bij mijzelf bedacht ik toen ik wegging, dat ik wijzer was dan deze man, want geen van ons beiden scheen iets te weten, deze echter meende iets te weten en wist het niet. Ik meen het niet,zoals ik ook niets weet. Ik schijn althans juist hierin een klein beetje wijzer te zijn als deze man, dat wat ik niet weet ik ook niet meen te weten.
IntakerPosted at 12:06 on 18/2/2010
Op zondag a.s. de 21 februari 2010 ben ik in een Taizé viering toch weer een beetje voorganger. Dus moet er nagedacht worden. In die dienst zal ik maar een paar zinnen zeggen. Twee korte stukjes uit de Bijbel lezen en de aanwezigen uitdagen tot concentratie en zelf- mediteren aan het begin van de Veertigdagentijd. Hier doe ik dat ook maar even. Ik lees Lucas 4: 1-4. Jezus, in de woestijn uitgedaagd – maak van stenen brood. Een machtsmiddel, kan ” mensen te eten geven worden” – “ geef ze brood en je hebt ze in je macht” dat is dus een duivels dilemma Het antwoord van Jezus is: De mens leeft niet van brood alleen. Als je zoekt naar die woorden in het boek Deuteronomium ( 8: 3) dan stoot ik mij eigenlijk wel aan die woorden. Mozes laat weten hoe geweldig G’d wel niet geweest is voor het volk in de woestijn in negatieve en positieve zin, Hij liet jullie hongerlijden en gaf manna Zo maakte hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen maar van alles wat de mond van de Heer voortbrengt ( uitgaat) Wat moet je nu toch met zulke woorden in onze tijd en in onze situatie.? Ik stoot tegen het denken over het machtig zijn en het macht doen gelden van G’d op en verwijder mij van Mozes in de woestijn. Ik denk dat Jezus dat ook doet. De uitdaging om de macht te grijpen en zich machtig te doen gelden, weerstaat hij, heeft Hij weerstaan zo vertelt Lucas Mozes’woorden krijgen een andere lading , als ze door Jezus worden overgenomen , geloof ik De vraag die ik nu aan mij zelf stel is : hoe kom ik hier en nu dichterbij de woorden, als ze uit Jezus’ mond komen. Bij deze woorden komt een recente ervaring , die ik nog niet eerder had Sinds een aantal weken ben ik intaker bij de Voedselbank. Dit vrijwilligerswerk brengt mij in een machtspositie of ik het nu wilt of niet. Aanvragers die boven de norm ( basis – leefgeld voor voedsel) zitten moeten worden afgewezen. Ik voel mij ongemakkelijk bij deze macht maar weet tegelijk dat het noodzakelijk is om regels te stellen en te handhaven. Macht dragen,al is het nog zo onbeduidend, stelt je altijd voor het duivelse dilemma. Het probleem is niet het macht dragen, dat moet en daar ontkomt geen mens aan , maar het hanteren van macht. Als ik nu de woorden van Jezus nog eens lees , dan zet ik toch een streep onder - niet alleen . Je laten gelden is niet het probleem maar de wijze waarop je je laat gelden. In het duivelse dilemma moet ik mij maar niet te snel van Jezus verwijderen , als ik weer intaker ben ,denk ik.
Leven en doodPosted at 18:03 on 16/2/2010
Leven en dood Het verwart mij wel als ik de ravage van de treinbotsing in België op de t.v zie Ik maakte de ramp bij Harmelen mee in 1962. Twee treinen botsten op elkaar. In de eerste wagon die nog op de rails stond zat ik. Als ik beelden zie van de mensen die Verdwaasd weg lopen van de plaats van het onheil dan komt er weer iets van die ontreddering in mij terug Ik ben niet gewond geraakt, ik heb er geen trauma van overgehouden. Maar wel raakt deze herinnering aan de discussie die er op dit moment weer wordt gevoerd over het recht tot zelfdoding. Ik zou volgens de mensen die deze discussie op dit moment weer aanzwengelen tot de doelgroep behoren, aan wie het recht toe zou komen om zelf het moment van je levenseinde te kiezen. Ik ben er mij goed van bewust dat het maar weinig anders had behoeven te gaan en ik had bij de doden van Harmelen moeten worden geteld Ik heb nog wel meer rand – ervaringen ,de laatste nu bijna 3 jaar geleden toen er een n met enige haast een nieuwe aorta klep in mijn hart moest worden gezet. Langs deze rand ervaring heen ben ik een gelukkig mens, die geniet van zoveel goeds en fijns en liefdevols. Ik weet dat mijn leven eindig is en ook dat de beste jaren achter mij liggen, maar ik wil deze levenstijd gewoonweg niet vullen, met gedachten dat ik rechten zou moeten laten gelden op mijn dood. Ik heb wel wat anders te doen. Daar komt nog iets bij Ik val van harte Prof Maneschijn bij in een artikel in Trouw van 15 februari 2010 (Podiumpagina) Ik vat het artikel op mijn wijze samen.: Val anderen niet lastig met jou zelfdoding – dood willen. Ik heb het in mijn pastorale leven het meegemaakt dat er in uiterste situaties werd overgegaan tot euthanasie. Ik heb het begrepen en meegevoeld en ik zeg er geen verkeerd woord over. Maar ik ben blijven denken aan degenen die de definitieve stap moest faciliteren en uitvoeren. Ik denk het nu nog – dat je dat eigenlijk niet mag vragen dat je dat niemand aan mag doen. Ik moet mijn dood sterven, er zit niets anders op, denk ik nu en ik hoop ook dat dat zo blijft Leven daar wil ik op gericht zijn, in de Gloria.
Geworteld , ontworteldPosted at 20:23 on 12/2/2010
Op een wat slordige manier ga ik met kranten om. Ik laat mijn ogen over de bladzijden dwalen en schiet dan als een roofvogel naar beneden op een regel of een citaat af. Die regel of dat citaat is dan soms aanleiding om het hele artikel te spellen. Soms blijft het bij het opnemen van dat ene citaat en ga ik daar mijn eigen weg mee. Vandaag ( vrijdag 12 februari 2010 ) overkwam het mij, dat mijn oog viel op een regel in een artikel over de theoloog Kees Waaijman. Ik heb moeite om hem te volgen in zijn wijze van omgaan met bijbelteksten, maar daar gaat het nu even niet over. Hij zegt in dit interview :” Ik zie (wel) een ontwikkeling waarin men onkritisch anti-traditioneel is.” Bij die woorden gaan er bij mij heel wat bellen rinkelen Verzet tegen de traditie, ik denk dat dat een belangrijke reden is voor de afname van kerkelijke betrokkenheid. De jongere generatie van nu de 20ers de 30ers en de 40ers maakt/maakte zich los van heel veel dat in hun jeugd in de gezinnen waarin ze opgroeiden regel was. De relatie met de kerk, mee beleven van kerkdiensten, meedoen aan kerkelijke activiteiten het meedenken en meespreken in kerkelijke zaken een grondpatroon bij het uitspreken van gebeden etc, mee beleven van de kerkelijke rituelen, die zaken daar werd in veel gevallen afscheid van genomen. Op zich is dat, zo denk ik erover, niet dramatisch. Je kunt vragen stellen bij heel veel wat in het verleden als gewoon en noodzakelijk werd aangemerkt, Elke zondag naar de kerk, altijd aanwezig bij kerkelijke bijeenkomsten, bij elke maaltijd bidden en danken etc. Gewoonten en gebruiken ook in de kerk en in het geloofsleven, kunnen en moeten kritisch beschouwd worden, dat is voor mij een duidelijke zaak. In het citaat van Kees Waaijman staat echter onkritisch anti traditioneel zijn. Kritisch zijn t.a.van zaken, die in het verleden als vaststaand golden, dat is normaal. Maar het wordt een dramatisch gebeuren als het onkritisch gebeurt, als het verleden met alles wat daar in is zomaar bij het grof vuil wordt gezet. Voor iedere generatie is het van belang om je er bewust van te zijn dat je geworteld bent in een traditie bijv in de christelijke – kerkelijke traditie . Daar kritisch tegenover staan , is oké, maar dan is de volgende vraag Waar en wat zijn de zaken, kerkelijk,gelovig,maatschappelijk waar jij je anker in uitgooit, Waar hecht jij aan en waar bouw jij op , wat draagt jou in je denken en doen en vooral waar laat jij je door inspireren bij de keuzes in je leven. Een nieuwe generatie heeft het recht om eigen wegen te gaan in een traditie, daar moeten ouderen zich van bewust van zijn ,zeker in de kerk, denk ik. Een traditie zonder dynamiek van de toekomst, zal verdwijnen, hoe waardevol die ook wordt ervaren door mensen Wij zouden het wat mij betreft het wel eens wat vaker met elkaar kunnen hebben wat ons drijft en inspireert want daar gaat het volgens mij om in een traditie.
Trainen en aftrainenPosted at 13:39 on 10/2/2010
Dienaar van het Woord, dat is het ambt dat ik draag. In dat ambt ben ik op 3 oktober 1976 bevestigd in de Nederlandse Hervormde Kerk met als standplaats de Hervormde Gemeente te Oudwoude, Westergeest, de Triemen en Veenklooster. Als ambtsdrager kreeg ik toen functie van Gemeentepredikant en werd vanaf dat moment door de mensen om mij heen met dominee aangesproken en voor mijn naam stonden de letters Ds. In mei 2001 heb ik de functie neergelegd maar ben het ambt blijven dragen .Ik heb nu als ambtsdrager de rechten van een emeritus Een manco in de regels van de kerk is dat niet precies is, welke bevoegdheden aan het emeritaat zijn verbonden Er is nu enige beweging om daar verandering in te brengen. Samen met anderen heb ik aan deze zaak bijgedragen en ga daar nog mee voort. De weg naar het ambt is zorgvuldig vastgelegd, een universitaire studie een procedure voor de toelating tot het ambt, een bevestiging met handoplegging door collega’s Aan het andere uiteinde is het neerleggen van de functie van gemeentepredikant goed geregeld maar het ambt neerleggen is geen procedure voor, In de kerk is veel aandacht voor de training van dienaren van Woord, er is geen aandacht voor het aftrainen, zou je kunnen zeggen Mijn trainingstijd duurde ongeveer 13 jaar. Daa in moest nogal wat trainingsarbeid worden verricht. Het begon met bijspijkeren van mijn achterstand in vooropleiding.Het HBS A staatsexamen moest worden afgelegd, daarna moest ik mij kennis van het Grieks en het Latijn eigen maken, Dat was vooral rijtjes stampen en woordjes leren. Daardoor werd het mogelijk ,onder leiding, oorspronkelijke teksten van Plato over bijv het leven en de denkbeelden van Socrates te lezen en mij te verdiepen in de Brieven van Seneca. Daarbij kwam toen nog het leren lezen van Hebreeuws. Daarbij moet je naast dat het vreemde tekens zijn, zoals het Grieks, ook nog van rechts naar links leren lezen. Een grondige training ter voorbereiding van het lezen van het Oude en Nieuwe Testament. Het was natuurlijk een vreselijk gedoe, dat leren van die talen, maar het heeft mij er voor eens en altijd bewust van gemaakt dat de Bijbel lezen training van diverse zaken behoeft en dat de vertaalde teksten die wij in het Nederlands lezen, altijd interpretaties van teksten zijn. Vertalen is interpreteren. Als je als voorganger in een gemeente werkt, dan verschil je van de meeste anderen, dat je een training in lezen van de Bijbel hebt gehad en dat je enig inzicht hebt in talen waarin de bijbel oorspronkelijk is geschreven En ander onderdeel van de training die ik als heel waardevol heb ervaren is dat je inzicht krijgt in de soort teksten en de achtergrond teksten van de bijbelboeken en bijbelteksten . Naast talen en teksten is de beginfase van de studie ook erg gericht op het leren zien hoe er door de eeuwen heen gesproken en gedacht is door vooral filosofen en theologen.. Leren nadenken en leren gedachten te doorgronden, daar werden wij in getraind. De weg naar het Dienaar van het Woord ,worden was intensief en zwaar, maar voor mij wel heel waarde vol. Het was ook een leerschool voor het leven. Hervormd erfgoed !Posted at 13:32 on 6/2/2010
Nu ik aan ‘zo denk ik erover” begonnen ben, begin ik mij te realiseren dat ik van tijd tot tijd ook wel in moet gaan op ontwikkelingen die zich voordoen op het kerkelijk erf. Ik heb altijd gemeden om de kansel te gebruiken als een soort podium voor mijn bijv. Politieke en maatschappelijke standpunten. Als er een beetje goed geluisterd werd dan had men toch wel in de gaten dat ik sociaal democraat was. Het werd wel herkend dat ik een rooie dominee was, maar ik bazuinde dat niet rond. Binnen de kerk heb ik mij nooit tot een groep “bekeerd” Toen ik jaren geleden een keer mee deed aan een radiodiscussie voor predikanten van diverse denominaties,stonden er achter mijn naam xxxx en dat vond ik eigenlijk heel mooi. Ben ik dan zo ’n grijze muis? Dat wil ik niet zijn. Mijn grootste ergernis is dat mensen elkaar in Godsnaam aan de kant zetten en afstraffen en buiten sluiten als het gaat over geloven en kerk zijn. Ik wordt er niet goed van ( hoewel ik er part noch deel aan heb) als in een krantenartikel melding wordt gemaakt dat er in Dalfsen deze week een vergadering was van een groep Vrijgemaakt Gereformeerden die zich vanwege de ‘liberale ‘opvattingen , van anderen afscheidt Het is helaas waar dat het gereformeerd –protestantisme en ook de evangelische stroming het beeld vertoont van een repeterende breuk Ik vindt dat heel erg. Ik ben er daarom blij om dat, hoewel ik het boek van collega Hendrikse, een geschrift met een akelige toon vind en hij, in het media optreden, mij niet sympathiek is, de zaak tegen hem is stopgezet. Daarmee heeft de Classis Zeeland van de Prot Kerk in Nederland deze week een stuk hervormd erfgoed erkend De zaak Hendriks stond haaks op wat “ hervormd’was De Nederlandse Hervormde Kerk was een belijdende kerk , maar in de geschiedenis was het duidelijk dat je over dat “ belijden” altijd in de weer blijft. De “waarheid als een blok beton bestond niet in die kerk .Het was een kerk met “ vleugels”,de Vrijzinnigen waren er naast/tegenover de GereformeerdeBonders. Wij kenden “ de kwestie Smits” over de verzoening en de predikanten van het Hersteld Verband, die de ezel van Bileam niet echt hadden horen spreken, kregen een plaats onder de Hervormden. De uitdrukking van ds Buskes over gelovigen, paste goed op de Hervormden : “Het is net een zoodje ongeregeld, en dat is maar goed ook want dan pas ik er ook bij!” Het was in deze kerk mogelijk om predikant te zijn in het midden van de kerk , die zich niet bekeerde tot de groep van vrijzinningen maar er wel veel sympathie voor had. Je kon ook ’ niet gebonden zijn, open naar diverse opvattingen Ik was mentor voor de Vrijzinnige Hervormden in de NOP als gemeente predikant in de wijkgemeente Centrum, in het midden van de kerk , maar wel hard tegenover de groep die meende in Gods naam te kunnen zeggen dat de vrouw niet in het ambt hoorde. Ik lees in deze dagen een boek met de titel “De kwestie God” van Karen Armstrong. Voor liefhebbers een aanrader. Zij heeft 500 bladzijden nodig om iets van helderheid te verschaffen over het spreken over God door de eeuwen heen over het rond van de aarde Daaruit een paar zinnen van en over Dionysius de Areopagiet, hij leefde eind 5e begin 6e eeuw .“Religieuze mensen praten altijd over God en het is ook belangrijk dat ze dat doen, maar ze moeten ook weten wanneer ze moeten zwijgen. Dionysius maakte de monniken en priester bewust van de grenzen van de taal .Wij moeten goed luisteren naar wat wij zeggen over God. God heeft in de bijbel 52 namen. Het is gemakkelijk om te ontkennen dat God geen rots, geen zacht briesje, geen krijger of schepper is Wij krijgen het moeilijker bij de meer conceptuele beschrijvingen maar moeten die ook ontkennen . God is niet groot of machtig, hij is niet licht,de waarheid, ons voorstellingsvermogen, de goedheid zelve ,zelfs niet goddelijk. Wij kunnen niet zeggen dat God bestaat want onze ervaring van bestaan is enkel en alleen gebaseerd op individueel. begrensde wezens wier manier van zijn in geen relatie staat tot het zijn zelf. De realiteit die wij God noemen is niet dit , niet dat , maar onpeilbaar anders. ” Veel later noemde Rudolf Otto God : Der gans Andere. Kijk daar raak ik nu niet over uitgedacht.
Een titelPosted at 12:11 on 4/2/2010
Iedereen kan zich dominee laten noemen en de titel ds voeren want het is een onbeschermde titel. Het woord dominee en de titel komen niet voor in de Kerkorde van de Prot. Kerk in Nederland, ik denk in geen enkele kerkorde. Er is hier dus sprake van gewoonterecht en gewoontevorming. Evenmin is er een voorschrift dat er door een dominee een ambtskleed of toga moet worden gedragen, ook daarover vind je niets in de kerkorde. Hierbij dus ook gewoontevorming, iedereen kan zijn eigen verhaal hebben bij het wel of niet dragen van een toga . Zo is het ook met de mode t.a.v de toga. Jaren lang was het in veel kerken regel dat als er een toga werd gedragen het een zwarte was. De witte toga heeft terrein gewonnen zeker in de Protestantse kerk in Nederland. In het ruime veld van gewoonten en gebruiken t.a.v de titel en de toga is er het vaste punt dat het voeren van de titel en het dragen van de toga binnen een kerkgemeenschap verbonden is met het ambtsdrager zijn. Het ambt waar dan de titel en de toga bij wordt gevoegd in de kerk waartoe ik behoor is – dienaar van het Woord. Er is een weg om tot dat ambt te worden toegelaten. De eerste voorwaarde is dat er een voorgeschreven universitaire studie is afgerond. Daarvoor is het noodzakelijk om tentamens af te leggen en examens te doen etc. Voor de afgestuurde theoloog, tegenwoordig een master, is er daarna de procedure voor toelating tot de evangeliebediening. Er moet een preek worden ingeleverd bij een commissie en er volgt een gesprek. De afloop van het gesprek is meestal dat de kandidaat wordt gevraagd om zich in toekomstige ambt te binden aan belijden van de kerk zoals het verwoord is in Artikel 1 van de kerkorde. Met dat ‘ja’ ben je dan , binnen de Prot.Kerk in Nederland , kandidaat en beroepbaar als “dienaar van het Woord. Als een kerkelijke gemeente de kandidaat beroept volgt, na aanneming van dat beroep , bevestiging in het ambt. Een bevestiging in het ambt moet plaatshebben in het midden van de gemeente, in een kerkdienst en moet geworden uitgevoerd door de iemand die dat ambt zelf ook draagt. De voorwaarden bij aanvaarding van het ambt zijn kort samen gevat, binding aan het belijden van de Kerk en aan de Bijbel en binding aan de orde in de kerk en de plicht tot geheimhouding van wat vertrouwelijk aan de ambtsdrager wordt toevertrouwd. Het merkwaardige bij dit ambt van dienaar van het Woord is dat je er eigenlijk niet meer vanaf komt. Eens dienaar van het Woord blijf je dat tot de dood er op volgt. Je kunt wel van het ambt worden ontheven, als je je niet meer overeenkomstig de belofte die je gedaan hebt, gedraagt. Er is echter niet een normale beëindigingprocedure voor dit ambt. Na de tijd waarin je actief was bijv als gemeentepredikant wordt je emeritus, je ontvangt dan de rechten van het emeritaat en dat houdt in dat je dienaar van het Woord blijft . De praktijk is dan ook dat al laat je de toga in kast hangen, je dominee blijft en ook binnenkomende post voor mij is gesierd met de titel “ds” Onlangs kwam ik een oude buurman tegen : Hij had altijd de gewoonte met mij ( terwijl hij daarbij geheimzinnig glimlachte)te begroeten met: Eerwaarde! Ja, ja dat waren nog eens tijden . Ik maak mij als emeritus er nu druk over om tot een normale procedure te komen voor het beëindigen van het ambt van de dienaar van het Woord. Er is een tijd geweest in mijn leven , 38 jaar , dat ik geen ambt droeg , ik wil nu na 33 jaar gewoon ook weer ambteloos zijn. Dat blijkt niet eenvoudig te zijn. Ik wil wel theoloog blijven , dat wel.
<- Last Page | Next Page -> |
|||
![]() |